| Natuurlijke risicofactoren, omgevings risicofactoren en risicofactoren veroorzaakt door onze levensstijl
Iedereen kan een melanoom krijgen maar onze kansen daarop worden beïnvloed door ons biologisch gestel (onze genen), door waar we wonen en hoe we leven.
Mensen met een "lichte" huid en sproetvorming hebben van nature een hoger risico op melanoom.
Mensen die in een zonnig land wonen hebben een hoger omgevingsrisico op melanoom.
Mensen die er voor kiezen om te zonnebaden hebben mogelijk een hoger risico op melanoom door hun levensstijl.
We moeten kijken naar het niveau van natuurlijke risicofactoren om te bepalen of andere familieleden een verhoogd risico hebben op melanoom (verhoogd risico ten opzichte van mensen die geen familie historie van melanoom hebben.
Ons risico van nature wordt bepaald door onze genen - met name genen die ons lichaam gebruikt om te groeien en te herstellen. Om het risico voor familieleden te bepalen, zullen artsen kijken naar tekenen die wijzen op genetische aanleg voor melanoom.
Die tekenen zijn:
Meer dan 1 geval van melanoom in de familie.
Hoe meer melanoom "gevallen" in één familie, hoe meer het voor de hand ligt dat er een hoog-risico gen in die familie aanwezig is. Echter meer dan 1 familielid met melanoom kan ook nog wel eens op toeval berusten of komen doordat de familie in een gebied woont met een hoge omgevings risicofactor (met veel zon zoals in Australië).
Meer dan 1 geval van melanoom in één persoon binnen de familie.
Als een persoon meer dan 1 melanoom ontwikkelt, dan kan er sprake zijn van een hoog-risico gen.
Melanomen die op jongere leeftijd optreden dan gebruikelijk.
De meeste melanomen treden op bij mensen die 50 jaar of ouder zijn. Als melanoom bij jongere personen optreedt, kunnen hoog-risico genen daaraan ten grondslag liggen.
|