GenoMEL logo
 
 
  GenoMEL is an international research consortium coordinated by the University of Leeds.
  University of Leeds
  home
  Kies een andere taal
  Programma
  Lidmaatschap
  Deelnemers
  Medische informatie
  Patiënteninformatie
  Artikelen
  Exchange Programme
  data sharing
  Knowledge Transfer
  Leden sectie
  Stage III Melanoma Research Group
  PharmacoGenoMEL
  Contact
  Site Map
  media
  Doorzoeken van de site
  Interessante links
  Nieuws
  Toegang
  Terms and Conditions
Privacy Statement
  Translations by: The LUMC team, particularly Frans van Nieuwpoort
patient information
 
melanoma in families
   

Melanoom is een vorm van huidkanker die ontstaat vanuit de pigment cellen in de huid. Onbehandeld kan een melanoom uitzaaiingen geven in het hele lichaam en is uiteindelijk meestal dodelijk. In Nederland overleeft tegenwoordig 80% van de mensen die een melanoom krijgen.

In veel landen komt melanoom steeds vaker voor. Echter, het is nog steeds ongebruikelijk als meerdere leden van één familie een melanoom hebben. Als meer dan 1 persoon in een familie melanoom heeft, betekent dit dat er mogelijk op gebied van de erfelijkheid iets mis is. Dat "iets" kan betekenen dat andere familieleden ook meer kans hebben op een melanoom.

De volgende informatie is voor mensen die menen dat er in hun familie mogelijk een erfelijke aanleg is voor het krijgen van een melanoom, waardoor de leden van die familie een verhoogd risico hebben op een melanoom. Het is ook voor personen die al weten dat ze een verhoogd risico hebben.

Vet gedrukte woorden worden toegelicht in de verklarende woordenlijst.
 
 
order the cd-rom
 

There is a detailed CD-Rom/DVD called “Melanoma – Dealing with the diagnosis”. This was produced by Professor Newton Bishop, and colleagues from St James’s University Hospital in Leeds and from Bradford Royal Infirmary. The presentation contains text about melanoma, its diagnosis and treatment.

To learn a bout this presentation and view the online version please click here.
 
 
 
Melanoma dealing the diagnosis
 

The information in this booklet is about dealing with melanoma, and is intended for patients who have recently been diagnosed with melanoma, and their families. This booklet contains written information, illustrations and photographs.

To download and view the PDF online version please click here.

 
 
Natuurlijke risicofactoren, omgevings risicofactoren en risicofactoren veroorzaakt door onze levensstijl Klik hier om pagina weer te geven
 
 
Verwijzing naar de specialist Klik hier om pagina weer te geven
 
 
Welke gen mutaties kunnen melanoom veroorzaken? Klik hier om pagina weer te geven
 
 
DNA test Klik hier om pagina weer te geven
 
 
Verdere informatie voor families met melanoom Klik hier om pagina weer te geven
 
 
Uitleg van wetenschappelijke GenoMEL artikelen
 
 
Kenmerken geassocieerd met kiembaan CDKN2A mutaties: een GenoMEL studie van melanoom families in drie continenten.
Goldstein et al. 2007 J Med Genetics 2007; 44: 99-106.

De genen die we erven van onze ouders kunnen het risico op het krijgen van bepaalde ziektes sterk beïnvloeden. Soms bevatten genen fouten (mutaties genoemd) die de kans op het krijgen van een bepaalde ziekte kunnen vergroten. Bepaalde mutaties in een gen genaamd CDKN2A, kan de kans op het krijgen van een melanoom verhogen. Dit artikel beschrijft hoe GenoMEL voor melanoom families binnen de studie heeft onderzocht wat het hebben van CDKN2A mutaties voor gevolgen heeft voor deze families. 385 families uit Europa, Noord-Amerika en Australië waren bij dit onderzoek betrokken. Elke familie bevatte 3 of meer familieleden die recent een melanoom hadden ontwikkeld.

Van alle onderzochte families bleek 39% een mutatie in het CDKN2A gen te hebben. Echter het percentage families met een mutatie varieerde per continent. Slechts 20% van de families in Australië had een CDKN2A mutatie, terwijl dit percentage in Noord-Amerika en Europa respectievelijk 45% en 57% betrof.

In vergelijking met andere families, blijkt dat families waarin een CDKN2A mutatie voorkomt mogelijk te maken kunnen hebben met de volgende kenmerken:

Meer familie leden met melanoma.
Melanoom dat op jonge leeftijd wordt vastgesteld.
Meer familieleden die meer dan 1 melanoom hebben.
Meer familieleden die alvleesklier kanker hebben.

GenoMEL heeft onderzocht of deze kenmerken gerelateerd zijn aan CDKN2A mutaties in de 385 families die bestudeerd zijn. Men vond dat de kenmerken gerelateerd waren aan de aanwezigheid van de mutatie, echter de Australische families vertoonden geen verhoogd risico op alvleesklier kanker. Ook varieerde de relatieve belangrijkheid van deze kenmerken per continent.

De belangrijkste relatie tussen het hebben van een mutatie in dit specifieke gen in de familie en meerdere melanoom patiënten of melanoom op jonge leeftijd bleek het sterkst in Europa gevolgd door Noord Amerika en daarna door Australië. Dit kan mogelijk verklaard worden door de verschillende mate van voorkomen van melanoom per continent en de rol van de omgeving. Zo komt melanoom het vaakst voor in Australië, mogelijk vanwege het zonnige klimaat en vanwege de overwegend lichte huidskleur van de inwoners. Daarom is in tegenstelling tot de andere continenten het voorkomen van meerdere familieleden met melanoom in de familie eerder te verklaren door die kenmerken dan door een mutatie in het CDKN2A gen.

De manier waarop onze genen  een interactie aan gaan met de  omgeving en levensstijl beïnvloedt onze kansen op het ontwikkelen van een melanoom. Dit artikel draagt bij aan het begrip over deze interacties, en GenoMEL gaat door met zijn onderzoek om hierover meer te weten te komen.

Het originele artikel treft men aan op de web site van het tijdschrift Medical Genetics - http://jmg.bmj.com/cgi/content/full/44/2/99

 
 
Hoog-risico melanoom gevoeligheids genen en alvleesklier kanker, kanker van het centrale zenuwstelsel en oog melanoom binnen GenoMEL
Goldstein et al. Cancer Research 2006: 66: (20) October 15, 2006.

GenoMEL heeft bloed monsters verzameld om te zoeken naar genetische veranderingen (mutaties) die het risico op het ontwikkelen van een melanoom verhogen. Er is gekeken naar specifieke genen genaamd CDKN2A en CDK4, gebruikmakend van de monsters afgestaan voor onderzoek door melanoom families

GenoMEL heeft ook onderzocht of het hebben van mutaties in deze genen het risico verhoogt op alvleesklier kanker, tumoren van het centrale zenuwstelsel of vrij zeldzame melanomen in het oog (oogmelanoom).

Deze studie omvatte 2137 deelnemers uit 466 families uit de hele wereld. Deze families hadden tenminste 3 familieleden die een melanoom hadden ontwikkeld.

In totaal bleek in 41% van de families in deze studie een mutatie voor te komen. De meeste mutaties betrof het CDKN2A gen, en beïnvloedde daardoor het eiwit genaamd p16. Het CDKN2A gen is uniek omdat mutaties in dit gen ook een ander, zeer verschillend eiwit genaamd p14ARF , kan veranderen. Hoewel mutaties die het p14ARF eiwit veranderen wel gevonden werden in sommige melanoom families, is het voorkomen er van toch zeldzaam. Zo nu en dan vindt men mutaties die een ander gen, CDK4 genaamd, beïnvloeden, echter deze mutaties zijn ook zeldzaam. Tot nu toe zijn er vijf mutaties in het CDK4 gen en zeven mutaties in het deel van het CDKN2A gen aangetroffen die p14ARF beïnvloeden. Er werden grote verschillen gevonden in de soort en aantal mutaties in verschillende geografische gebieden.

De meeste families in het onderzoek hadden een verhoogd risico op melanoom. Mutaties in het CDKN2A gen deed ook het risico op alvleesklier kanker in sommige families toenemen; echter de mate van die toename varieerde sterk en bleek tevens ook tussen de deelnemende landen te variëren. Er was bijvoorbeeld geen extra toegenomen risico op alvleesklier kanker in Australische families

Het toegenomen risico op alvleesklier kanker brengt duidelijk bezorgdheid met zich mee, zowel in de families als in GenoMEL. We zijn hard aan het werk duidelijkheid te krijgen over of we kunnen voorspellen welke families een verhoogd risico hebben. Momenteel is het niet duidelijk of het toegenomen risico in sommige families gerelateerd is aan het soort mutatie of aan interacties met omgevingsfactoren.

Het bleek dat het risico op oog melanoom niet toegenomen was en dat de resultaten voor tumoren van het centrale zenuwstelsel niet duidelijk waren. Er bleek mogelijk een relatie te zijn tussen tumoren van het centrale zenuwstelsel en mutaties die het p14ARF eiwit veranderen, echter meer werk is nodig om deze relatie volledig te begrijpen.

Deze GenoMEL studie voorziet in de meest gedetailleerde beschrijving van mutaties in deze specifieke hoog-risico genen in families met drie of meer melanoom gevallen tot nu toe.

Het originele artikel kan gevonden worden op de web site van Cancer Research op: http://cancerres.aacrjournals.org/cgi/content/full/66/20/9818
 
 
Verklarende woordenlijst Klik hier om pagina weer te geven
 
 

Page updated: 07/11/07

Natuurlijke risicofactoren, omgevings risicofactoren en risicofactoren veroorzaakt door onze levensstijl

Verwijzing naar de specialist

Welke gen mutaties kunnen melanoom veroorzaken?

DNA test

Verdere informatie voor families met melanoom

Uitleg van wetenschappelijke GenoMEL artikelen

Verklarende woordenlijst

 
 
   
website design: NKD | email: info@NKD.org.uk | site: www.NKD.org.uk